Zesdaagse Rotterdam

Nieuws & Media

Column oud-renner John den Braber: Impossible is nothing

10 januari 2017

Nederland is een natie van snelle mannen en vrouwen. Zo hebben we Dafne Schippers, Churandy Martina, Arjen Robben, Jorien ter Mors en natuurlijk Max Verstappen. Op de wielerbaan is de weelde zelfs nog groter met wereldtoppers als Jeffrey Hoogland, Matthijs Büchli, Nils van ’t Hoenderdaal en uiteraard keirin-keizerin Elis Ligtlee. Een jeugdige, gouden generatie, die over een paar jaar pas echt op de toppen van hun kunnen gaat spurten. Je kunt het je nu bijna niet meer voorstellen, maar er was een tijd dat het ambacht van sprinter in ons land op sterven na dood was.

Het is eind jaren negentig en er is maar één overdekte wielerbaan, waar het bij gebrek aan financiën voor fatsoenlijke verwarming ook nog eens steenkoud is. Slechts één renner droomt er in deze tijd van pistedepressie van om zich te meten met de internationale sprintelite. Zijn naam is Martin Benjamin. Grote, donkere jongen - type Grégory Baugé - met enorme dijen en een ontwapenende glimlach. Een echte Amsterdammer, maar dan zonder groteske bluf en bescheiden sprekend in beschaafd ABN. Hij traint dagelijks op de tochtbaan van Sloten, met dat ene doel: een wereldkampioenschap sprint meemaken. Benjamin is tactisch niet al te uitgekookt, maar wel beresterk. Een leermeester als de huidige bondscoach René Wolff is er echter niet. De KNWU heeft amper geld voor het duurprogramma, laat staan voor die einzelgänger met onrealistische dromen.

Toegegeven: ik had zelf ook nooit verwacht dat Benjamin ooit om de regenboogtrui zou strijden, maar het lukte hem wel. In 2001 wordt hij geselecteerd voor de WK in Antwerpen, waar hij - met de dan nog piepjonge Theo Bos en Teun Mulder - als achtste op de teamsprint eindigt. Benjamin plantte, zonder het zelf te weten, in die jaren het zaadje voor het huidige, weelderige bos dat de vaderlandse sprintselectie heet. Niet met alle stromen meevaren en fantaseren over het schier onmogelijke. Of zoals Muhammad Ali ooit zei: 'Impossible is not a fact. It’s an opinion. Impossible is not a declaration. It’s a dare. Impossible is potential. Impossible is temporary. Impossible is nothing’.

John den Braber

Oud-profrenner, nu journalist

  • Dubbelsteyn
  • Wooning keukens en badkamers
  • AD
  • Amstel Bier
  • Fiets
  • Hotel Ridderkerk van der Valk
  • KNWU
  • NTFU
  • Procycling
  • Rotterdam Sport
  • RTV Rijnmond
  • Soigneur
  • Nederlandse Loterij
  • Wieler Revue
Wij gebruiken cookies voor website analyse en marketingdoeleinden. Door onze site te bezoeken en te gebruiken, accepteert u deze cookies.
ACCEPTEER